Maandelijks archief: februari 2012

Wet op het thuiswerken

Inspirerend kantoor - foto: Flickr

Deze week werd er bericht over een wetsvoorstel van Ineke van Gent (GroenLinks) en Eddy Hijum (CDA) om werknemers het recht op thuiswerk te geven. Het moet natuurlijk wel in overleg met de werkgevers, betreuren de indieners van het wetsvoorstel, maar voortaan moeten werknemers gewoon thuis kunnen werken, tenzij de werkgever bewezen “zwaarwegende” argumenten heeft. Wat een contraproductief wetsvoorstel!

Met de huidige technieken om overal te kunnen werken onafhankelijk van tijd en plaats is er voor veel mensen, met name kennis- en kantoorwerkers, de mogelijkheid ontstaan om bijvoorbeeld thuis of in een Seats2meet-achtige omgeving te werken. Ideaal! Het is voor veel taken een meer productieve en motiverende omgeving, prettiger ingericht en fijner verlicht, het is veel efficiënter door het vervallen van reistijd en het zorgt voor werkers die tevredener in hun vel zitten. En privé en werk makkelijker kunnen combineren. Mensen die thuis werken hebben over het algemeen ook nog veel betere spullen dan dat verouderde mainframe met gefilterd Internet Explorer 6 van de werkgever. Maar dat is bijzaak.

In dat licht bezien is het heel bedenkelijk om dagelijks uren in de file te staan om in een onbereikbaar stadshart of aan een peperdure Zuidas in een te duur kantoor te gaan zitten met een tekort aan parkeerplaatsen. Met het oog op de vierkantemeterprijs van de moderne kantoren zijn veel kantoren anno 2012 ingericht als de typekamers uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Veel mensen samengepakt, het liefst op flexplekken, in een kudde bij elkaar zodat de manager zijn discipelen makkelijk kan controleren. Het oude denken van de aanwezigheidscultuur is nog steeds niet uitgeroeid. Zoals bij een bekend managementadviesbureau waar consultants dagelijks om 18.15 nog even liever niks gaan doen dan alvast naar huis gaan; het is ‘not-done’ om voor 19.00 de burelen te verlaten omdat dat niet bij de ambitie past die je uit moet stralen.

De wet op het thuiswerken gaat dit niet oplossen. Nog los van de aanwezigheidscultuur is er bij veel managers een wantrouwen waarneembaar tegen thuiswerken. Gebrek aan vertrouwen dat is ontstaan doordat thuiswerken om één of andere reden altijd op vrijdag gewenst is. Of omdat thuiswerken vaak gecombineerd moet worden met een niet-sluitend oppasrooster voor kleine kinderen. Wel flexibel werken, heet het dan, maar wel op een vaste dag waar niet meer door de werkgever vanaf geweken mag worden. Omdat er anders een probleem ontstaat met oma of het kinderdagverblijf. En dát zijn precies de verkeerde argumenten om een werkgever te overtuigen. Werken en oppassen gaan niet samen. Althans werken niet productiviteitsverbeterend, maar eerder stressverhogend. Geen thuiswerkwet die daar iets aan veranderd. Daarom is hét gebruikte argument van GroenLinks en CDA dat werknemers werk en zorg moeten kunnen combineren ook geen overtuigend argument.

De oplossing ligt ergens anders. Namelijk in de aansturing van al die productiviteit. Sturen op output in plaats van op input. Aantonen met meer/beter/mooier resultaat dat het kantoor in de meeste gevallen allesbehalve de beste werkplek is. Afspraken maken over het op te leveren resultaat in plaats van over zichtbaar aanwezige uren. Dat is misschien lastig voor de manager die helder moet formuleren wat het gewenste resultaat is, maar wel de sleutel om op een eigentijdse manier het werkzame leven in te richten. Dit wetsvoorstel vergroot slechts de kloof tussen controle en vertrouwen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bedrijven, Organisatie-ontwerp, Uncategorized

Positionering: het radicale midden

Bedrijfskunde kun je ook wel  beschouwen  als een wetenschap van de 2×2-matrixjes. In bedrijven worden veel vraagstukken zichtbaar gemaakt of opgelost met behulp van 2×2 matrixjes. Iedereen die bedrijfskunde heeft gestudeerd of bezig is met strategie-ontwikkeling  of marketing herkent dat. Marketing-opleidingen noemen het vaak een “model”, maar het is gewoon een 2×2-matrix. Bekende voorbeelden zijn de BCG-matrix (u weet wel met de dogs en de cash cows..) en de Ansoff-matrix (van de groeistrategieën). Maar er zijn er veel meer. Sla het boek “Exploring Corporate Strategy” van Johnson en Scholes er maar eens op na.

Reclamebureaus  gebruiken zo’n 2×2-tje vaak om de positionering van merken te illustreren. Op de beide assen tref je dan termen als individu vs groep en extavert vs introvert. Een merkbeleving wordt dan geïllustreerd aan de hand van een herkenbaar vergelijk, bijvoorbeeld de beleving van een automerk of een politieke partij. Want dat is eenvoudig: een merk dat associeert met “Audi” of “VVD” geeft een andere beleving dan een merk dat in de matrix bij “Dacia” of “SP” hoort.

Voor de positionering van een bedrijf is zo’n visualisatie in een 2×2-tje handig om de eigen positie af te zetten tegen de concurrentie op relevante belevingskenmerken, bijvoorbeeld kwaliteits- en prijsperceptie. In één oogopslag is dan te zien waar in de markt vrije ruimte is die nog niet door een concurrent is geclaimd. Een eenvoudige methode  dus: om klanten te trekken pas je het aanbod (product en bijbehorende positionering) aan richting de vrije ruimte die de markt biedt. Mensen stellen dingen nu eenmaal graag simpel voor; daarom drukken we oppervlaktes ook niet uit in hectares maar in “zoveel voetbalvelden”.

Toch gaat deze aanpak lang niet voor alles en iedereen op. Dat die vrije keuze voor een braakliggende markt niet voor iedereen  mogelijk is heeft  namelijk ook te maken met het bestaansrecht van organisaties en met de missie. Hoe sterker de waarden en overtuigingen, des te lastiger is het  om daarvan af te wijken. Zo kunnen bijvoorbeeld Triodos en ASN Bank hun positionering niet ongestraft verschuiven naar “maatschappelijk onverantwoord bankieren” en wapens gaan financieren. Als er in dat segment al ruimte zou zijn voor een extra aanbieder.

Politieke partijen zijn in hun “markt” bij uitstek aanbieders van sterke waarden en overtuigingen. Daarom is het ironisch om vast te stellen dat enkele politieke partijen volgens een 2×2-matrix proberen hun probleem van het afkalvend marktaandeel op te lossen. Zij zijn aan het “herbronnen” en op zoek naar het juiste “verhaal” om daar uiteindelijk de leider bij te kunnen kiezen. Langs de assen van de 2×2-matrix staan “links-rechts” en “individu-sociaal”. Op basis hiervan kun je inderdaad positie zoeken waar de markt nog niet is gevuld door een concurrent. Maar als dit niet past bij waarden of overtuigingen leidt het tot niets. Als je geen strategische keuze hebt gemaakt, geen USP hebt en je bent nergens de beste in dan noemt Porter dit ook wel “stuck in the middle” . Door politici wordt dezelfde situatie nu het “radicale midden” genoemd. Maar eigenlijk gaat het hierom: met sterke waarden en overtuigingen is de vrije marktruimte niet zo relevant; als je ergens voor staat krijg je het marktaandeel dat je toekomt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, Marketing, Uncategorized